Steeds meer Nederlanders ruilen huidige werkgever liefst morgen nog in voor nieuwe

17 procent van de Nederlandse medewerkers verruilt haar oude werkgever het liefst morgen nog voor een nieuwe werkgever die hem een soortgelijke functie aanbiedt. Een grote stijging ten opzichte van afgelopen twee jaar. In 2017 ging dit nog om 11 procent en sinds 2016 is het percentage zelfs bijna verdubbeld (9%). “Een teken dat de arbeidsmarkt weer volop in beweging is”, aldus Ester Koot van Motivaction. 34 procent van de medewerkers acht de kans op een overstap niet groot, maar ook niet klein. Bijna de helft (49%) geeft aan dat de kans klein of zelfs zeer klein is dat hij zijn huidige werkgever verlaat voor een soortgelijke baan bij een andere organisatie. Dit blijkt uit het jaarlijkse Benchmarkonderzoek van HR-dienstverlener Raet onder ruim 1.400 Nederlandse medewerkers.

Wensen medewerker komen niet overeen met focus HR

Uit het onderzoek blijkt dat de wensen van de medewerker niet geheel in lijn liggen met de focus van de HR-professional. De meeste medewerkers kijken bij het kiezen voornamelijk naar het salaris (55%), de reisafstand (40%) en de uitdaging in de nieuwe baan (36%). Minder belangrijk vinden medewerkers de mate van verantwoordelijkheid (12%), de mate van autonomie in het werk (10%) en de mogelijkheid tot thuiswerken (6%). Dit terwijl HR-professionals de organisatie aantrekkelijker proberen te maken door onder andere de medewerker verantwoordelijkheid te bieden (31%).

Daarnaast toont de Raet HR Benchmark aan dat HR-professionals zich focussen op zowel het aantrekken van nieuw talent (30%) als het behouden van het reeds aanwezige talent (32%). De overige HR-professionals (38%) hebben hierin een goede balans. De uitdaging voor HR-professionals is om de organisatie te profileren als aantrekkelijk werkgever om zodoende talent aan te trekken en te behouden.

Martijn Messemaker, CHRO bij Raet: “Medewerkers hebben dankzij de aantrekkende economie steeds meer keuze uit verschillende vacatures. Zij krijgen meer vertrouwen in de arbeidsmarkt en kijken hierdoor vaker om zich heen. Voor de werkgever hoeft een vertrekkende medewerker niet direct een stressvol moment te zijn. Het biedt ook kansen om de deur open te zetten voor nieuw talent. Belangrijk hierin is om de organisatie te positioneren als een aantrekkelijk werkgever die rekening houdt met de belangen van medewerkers. Zet in op een effectief recruitmentbeleid en zorg ervoor dat zowel reeds aanwezig als nieuw talent voor de organisatie wil werken.”

Bron: www.raet.nl

’Moederschap staat gelijk aan 2,5 fulltime baan’

AMSTERDAM – Fulltime moeder zijn is geen baan waarbij je om vijf uur de deur achter je dicht kunt trekken om eens even lekker tot jezelf te komen. Recent onderzoek bevestigt wat elke moeder al weet; moeder zijn is meer werk dan een fulltime baan.

Dat meldt New York Post naar aanleiding van een enquête onder 2000 moeders met kinderen in de leeftijdscategorie vijf tot twaalf jaar, gehouden door de Amerikaanse levensmiddelenfabrikant Welch’s.

Uit een analyse van het wekelijkse schema van de moeders blijkt dat moeders de dag gemiddeld om 6:23 uur starten. Dat is ruim vóór de meeste mensen hun werkdag beginnen. De dag eindigt voor de meeste moeders pas wanneer ze alle taken hebben volbracht, of het nu gaat om loopbaangerelateerde taken of ouderschapstaken. En dat is vaak pas rond een uur of half negen

Niet veel banen vereisen een werkdag van veertien uur, maar voor de meeste moeders is dit toch echt de dagelijkse realiteit. Alles bij elkaar opgeteld maakt een moeder een werkweek van een maar liefst 98 uur, oftewel ruim tweeënhalf keer zoveel als de gemiddelde baan.

Uit het onderzoek bleek ook dat de gemiddelde moeder per dag maar één uur en zeven minuten tijd voor zichzelf heeft.

Op de vraag wat de moeders op de been houdt, antwoordden ze dat ze ’veel koffie drinken’ en ’een dutje doen’. Andere lifesavers blijken wijn, babysitters of familiehulp, Netflix, natte doekjes, afhaalmaaltijden, iPads, speelgoed en gezonde snacks.

 

Bron: telegraaf

Meer vaste banen, maar flexwerk groeit harder

De groep flexwerkers in Nederland blijft flink doorgroeien. In het laatste kwartaal van vorig jaar telde Nederland ruim 3 miljoen flexwerkers, dat is 2,5 procent meer dan een jaar eerder. Tegelijkertijd groeide ook het aantal vaste werknemers met 2,2 procent tot ruim 5 miljoen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en TNO.

Van de 112.000 vaste werknemers die er in vergelijking met het vierde kwartaal van vorig jaar bij zijn gekomen is 78 procent hoogopgeleid, volgens het CBS. De helft van deze mensen was tussen de 55 en 65 jaar. In De Telegraaf waarschuwt Sarike Verbiest, onderzoeker en adviseur flexibilisering bij TNO, voor een tweedeling. Volgens haar zitten laagopgeleiden opgesloten in tijdelijke contracten.

Van alle werkenden in Nederland had eind vorig jaar 61 procent een vaste baan, 35 procent was flexwerker. De overige 4 procent zijn zelfstandigen met personeel en meewerkende gezinsleden.

De groei van de flexwerkers zit vooral in mensen met een tijdelijk contract en oproepkrachten: een plus van 63.000. Het gaat dan bijvoorbeeld om jongeren die nog onderwijs volgen.

Ook het aantal flexibele vrouwelijke werknemers nam fors toe. Die stijging was vooral zichtbaar bij de groep tijdelijke contracten zonder vaste uren, korte tijdelijke contracten en tijdelijk werk met uitzicht op vast.

 

Bron: nos

Het plan: 50.000 beschutte banen. De praktijk na drie jaar: 735 plekken

Het wil maar niet lukken om werk te creëren voor de zwakste groep mensen in Nederland. Ondanks de wettelijke verplichting voor gemeenten dit te doen.

Het kabinet Rutte III wil mensen in een kwetsbare positie een betere toekomst geven, schrijft ze in het regeerakkoord. Dat gaat het beste via werk, vindt het kabinet, en dus wil ze dat er niet voor 30.000 maar voor 50.000 mensen zogeheten beschut werk ontstaat. Vooralsnog zijn er in bijna drie jaar tijd slechts 735 banen gerealiseerd.

Dat blijkt uit cijfers van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) die deze week zijn vrijgegeven. Sinds 2015 mogen mensen niet meer instromen op de sociale werkplaatsen. Gemeenten zouden dat jaar 1600 beschutte werkplekken moeten realiseren voor deze groep mensen, en in 2016 was het doel 3200. Maar in de praktijk kwam er niets van terecht. Eind 2016 werden er 115 plekken geteld. De doelen werden aangepast.

Gemeenten kregen meer tijd, en de ambitie voor 2017 werd naar omlaag bijgesteld, naar 2600 plekken. Dat blijkt nog steeds veel te hoog. Eind september waren er dus nog maar 735 mensen aan het werk op een beschutte plek. Dat betekent dat inmiddels duizenden mensen voor wie een reguliere baan echt te hoog gegrepen is, thuis zitten. Ze vallen tussen wal en schip.

100 miljoen

Gemeenten klagen steen en been dat er te weinig geld is om deze mensen met een beperking aan een baan te helpen. Tegelijkertijd maken de gemeenten het geld dat er is, helemaal niet op. Er was voor de jaren 2016-2020 al 100 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor beschut werk. In 2016 was er maar 1 miljoen euro opgevraagd.

Volgens de boekhouding van enkele gemeenten kan het beschut werk nu zelfs al kostenneutraal worden gedaan. Zo kost iemand op een beschutte werkplek 24.000 euro aan loon, berekende de gemeente Emmen onlangs. Er komt dan nog 8.000 euro aan kosten bij voor het bedrijf voor begeleiding en eventuele aanpassing van de werkplek. Dat is samen 32.000 euro.

Participatiewet

De loonkostensubsidie die de gemeente ontvangt voor iemand die nog heel weinig kan maar wel werkt, is 17.000 euro. Vanuit de Participatiewet ontvangen gemeenten gemiddeld ook nog 8500 euro per persoon per jaar. Dan is er nog een premie voor beschut werk van drieduizend euro en levert de werknemer nog ongeveer voor drieduizend euro aan arbeid op. Dat is samen 31.500 euro, bijna net zo veel als de kosten.

De vorige staatssecretaris van sociale zaken, Jetta Klijnsma, begreep niet dat gemeenten niet aan de slag gingen met het helpen van deze mensen. Ze maakte er een wettelijke verplichting van. Die is in 2017 ingegaan. Veel gemeenten kiezen er nu voor om de beschutte werkplekken onder te brengen bij de sociale werkplaats. Terug bij af dus. Maar nu zonder cao, dus zonder pensioen op te bouwen en zonder recht op een reiskostenvergoeding, verlof of scholing.

Loondispensatie

Dit kabinet rept in het regeerakkoord wel over het budget verhogen “voor activering van mensen in een kwetsbare positie”, maar het is onduidelijk hoe of wat. Wat wel bekend is, is dat ze de loonkostensubsidie wil inruilen voor een ander instrument: loondispensatie. Maar dat is eerder een bezuiniging dan een investering.

De vereniging voor sociale werkgelegenheid Cedris, die tot 2015 de branchevereniging van sociale werkplaatsen was, pleit voor meer ruimte voor experimenten, zodat er meer geschikt werk komt voor deze doelgroep. “Omdat de 30.000 anders nooit wordt gehaald”, aldus Cedris. Laat staan 50.000.

Bron:  Trouw 

Aantal WW-uitkeringen daalt meer dan verwacht

AMSTERDAM (ANP) – Door de sterke economische groei en verbeterende arbeidsmarkt neemt het aantal werkloosheidsuitkeringen dit jaar sterker af dan eerder werd voorzien. De uitkeringslasten voor de WW dalen met 715 miljoen euro, verwacht uitkeringsinstantie UWV.

Het aantal lopende WW-uitkeringen komt eind dit jaar naar verwachting op 305.000. Dat zouden er 35.000 minder zijn dan eind 2017. Het UWV is daarmee optimistischer dan bij de laatste prognose in juni vorig jaar. Dat komt doordat de werkloosheid sneller daalt dan destijds werd verwacht.

In totaal verwacht het UWV dit jaar 4,3 miljard euro aan WW-uitkeringen te verstrekken. Toen de arbeidsmarkt op het dieptepunt was, in 2014, was dat nog 6,9 miljard euro.

Bron:  Telegraaf 

Te weinig mensen voor de vele banen, zegt UWV. En het wordt nog erger

Door de groeiende economie zal de krapte op de arbeidsmarkt volgend jaar alleen maar toenemen. En daardoor zullen er steeds meer zogenoemde krapte-beroepen ontstaan. Dat verwacht het UWV. “Het lijstje van beroepen met moeilijk vervulbare vacatures neemt met de maand toe”, zegt Rob Witjes, hoofd arbeidsmarktinformatie van het UWV.

Nu al is er in verschillende sectoren, zoals de bouw en techniek, sprake van een personeelstekort. Maar Witjes verwacht dat rond de zomer er een algemene krapte op de arbeidsmarkt zal zijn. “De verhouding tussen het aantal werkzoekenden en het aantal vacatures is dan zodanig dat je kan spreken van een krappe arbeidsmarkt. Werkgevers zullen dan steeds vaker creatieve oplossingen moeten bedenken om nog aan personeel te komen.”

Een van die krapte-beroepen is de zogeheten BIM-modelleur. BIM-modelleurs werken voor bouw- en installatiebedrijven aan 3D-modellen van gebouwen, waarbij ze alle relevante informatie in dat model verwerken. Dus niet alleen over de ‘stenen’, maar ook alle kabels, leidingen, enzovoorts.

Het gaat goed in de bouw en het is een relatief nieuw en opkomend beroep en daardoor is er veel vraag naar, merkt ook BIM-modelleur Erik Koele die bij installatiebedrijf Croonwolter&dros werkt. “Op Linkedin krijg ik heel erg veel verzoeken, vooral van recruiters. Ik word helemaal gek gegooid met al die berichtjes. Maar ik zit hier op m’n plek, ik heb het naar mijn zin bij dit bedrijf.”

Zijn werkgever heeft op het moment vier openstaande vacatures voor BIM-modelleurs. “Er is een ‘war for talent’ gaande op de arbeidsmarkt en dat geldt zeker voor BIM-modelleurs. Ze zijn schaars”, zegt Marjolein de Groot-Aertssen, manager personeelszaken bij Croonwolter&dros. “We moeten met grote regelmaat toetsen of ons salaris voor deze functie nog marktconform is. Maar we moeten ons ook niet laten gek maken door de schaarste. Uiteindelijk moet het ook door onze klanten betaald worden.”

Niet bij alle beroepen krapte

Zo’n algemene krapte op de arbeidsmarkt wil nog niet zeggen dat iedereen makkelijk een baan zal kunnen vinden. “Je hebt een aantal beroepen waarvan mensen zullen zien dat ze nog steeds veel concurrenten hebben op de arbeidsmarkt, zoals administratief medewerker”, zegt Witjes.

“Voor deze mensen is het wel van belang dat ze absoluut breder gaan kijken qua functies, want er liggen volgend jaar nog meer kansen op de arbeidsmarkt dan het afgelopen jaar.”

De werkloosheid is de afgelopen jaren al fors gedaald, van een piek van bijna 700.000 begin 2014 naar minder dan 400.000 vorige maand. UWV-arbeidsmarktdeskundige Witjes denkt dat de werkloosheid volgend jaar nog verder zal dalen, waardoor de arbeidsmarktkrapte dus alleen maar toeneemt.

Begin volgend jaar komt het UWV met een prognose van hoeveel nieuwe vacatures er gedurende het jaar zullen ontstaan. Voor dit jaar was de verwachting een totaal van meer dan 1 miljoen vacatures. Dat gebeurde voor het laatst in 2008, voor de crisis.

Bron: NOS Nieuws