The making of …

Even buurten bij de buren…!

Hoe geef je vorm en uiting aan aan een droom en het beeld wat in het hoofd zit van twee meiden met elk een eigen mening?

Zo dus.

Deze mannen gaven een professioneel ‘gezicht’ aan De Buren en met dat resultaat zijn we hartstikke blij! Dank voor het geduld, het bijstellen van onze focus, de geweldige creativiteit en de lol. Op naar een mooie continuering van onze samenwerking!

#huisstijl

#website

#lookenfeel

www.elgersmamedia.nl

www.uitzendbureaudeburen.nl

#bevlogenindeeltijd

#uitzendbureauzevenhuizen

#uitzendbureauzuidplas

Werkloosheid onder de vier procent

DEN HAAG – De daling van de werkloosheid heeft in maart verder doorgezet. In de derde maand van het jaar waren er 357.000 werklozen, oftewel 3,9 procent van de beroepsbevolking. Een maand eerder bedroeg het werkloosheidspercentage nog 4,1 procent, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In maart hadden ruim 8,7 miljoen mensen betaald werk. Het aantal 15- tot 75-jarigen met betaald werk is de afgelopen drie maanden met gemiddeld 20.000 per maand toegenomen, aldus het statistiekbureau. Ruim 4,2 miljoen mensen hadden om uiteenlopende redenen geen betaald werk. Onder hen dus de 357.000 mensen die aangaven recent naar werk te hebben gezocht en daarvoor ook direct beschikbaar te zijn. Gemiddeld nam hun aantal in de laatste drie maanden af met 13.000 per maand.

De rest van deze groep niet-werkenden, bijna 3,9 miljoen, bestond uit mensen die niet recent hebben gezocht of bijvoorbeeld niet direct voor werk beschikbaar waren. Hun aantal is de laatste drie maanden met gemiddeld 3000 per maand afgenomen, zo meldt het CBS. Uitkeringsinstantie UWV registreerde een afname van het aantal ww-uitkeringen naar 327.000 eind februari.

Het werkloosheidspercentage was in de afgelopen maand nog niet terug op het niveau van vlak voor de economische crisis. Wel is dit percentage sinds begin 2014, toen de werkloosheid piekte op 7,8 procent, gehalveerd. In maart was 3,8 procent van de mannen en 4,1 procent van de vrouwen in de beroepsbevolking werkloos. Daarmee was het verschil tussen mannen en vrouwen een stuk kleiner dan tien jaar geleden, toen de arbeidsmarkt ook gespannen was. Destijds was 3 procent van de mannen en 4,4 procent van de vrouwen in de beroepsbevolking werkloos.

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wees er in een reactie op dat het werkloosheidspercentage voor het eerst sinds bijna tien jaar onder de grens van 4 procent lag. ,,De gezamenlijke uitdaging is nu om te zorgen dat mensen die nog op zoek zijn naar werk, ook een passende plek vinden. Bijvoorbeeld door om- en bijscholing. Vooral in de sectoren waar juist tekorten aan mensen dreigen, denk aan de bouw en de zorg”, aldus Koolmees.

Hbo’ers

De werkloosheid onder hbo-afgestudeerden is voor het vierde opeenvolgende jaar gedaald. Nog maar 3,2 procent had in 2017 geen baan. ,,Dat is een daling van 4,1 procentpunt in vier jaar tijd”, berekende de Vereniging Hogescholen op basis van de nieuwe HBO-Monitor.

,,Uit alle cijfers blijkt heel duidelijk dat hbo’ers het goed doen op de arbeidsmarkt en dat de kwaliteit van het hbo daarop goed aansluit “, aldus voorzitter Thom de Graaf van de Vereniging Hogescholen. De werkloosheid is terug op het niveau van voor de crisis (2008). Van de werkenden had maar liefst 87 procent binnen drie maanden een baan te pakken en anderhalf jaar na afstuderen heeft de helft een vaste aanstelling.

Steeds meer Nederlanders ruilen huidige werkgever liefst morgen nog in voor nieuwe

17 procent van de Nederlandse medewerkers verruilt haar oude werkgever het liefst morgen nog voor een nieuwe werkgever die hem een soortgelijke functie aanbiedt. Een grote stijging ten opzichte van afgelopen twee jaar. In 2017 ging dit nog om 11 procent en sinds 2016 is het percentage zelfs bijna verdubbeld (9%). “Een teken dat de arbeidsmarkt weer volop in beweging is”, aldus Ester Koot van Motivaction. 34 procent van de medewerkers acht de kans op een overstap niet groot, maar ook niet klein. Bijna de helft (49%) geeft aan dat de kans klein of zelfs zeer klein is dat hij zijn huidige werkgever verlaat voor een soortgelijke baan bij een andere organisatie. Dit blijkt uit het jaarlijkse Benchmarkonderzoek van HR-dienstverlener Raet onder ruim 1.400 Nederlandse medewerkers.

Wensen medewerker komen niet overeen met focus HR

Uit het onderzoek blijkt dat de wensen van de medewerker niet geheel in lijn liggen met de focus van de HR-professional. De meeste medewerkers kijken bij het kiezen voornamelijk naar het salaris (55%), de reisafstand (40%) en de uitdaging in de nieuwe baan (36%). Minder belangrijk vinden medewerkers de mate van verantwoordelijkheid (12%), de mate van autonomie in het werk (10%) en de mogelijkheid tot thuiswerken (6%). Dit terwijl HR-professionals de organisatie aantrekkelijker proberen te maken door onder andere de medewerker verantwoordelijkheid te bieden (31%).

Daarnaast toont de Raet HR Benchmark aan dat HR-professionals zich focussen op zowel het aantrekken van nieuw talent (30%) als het behouden van het reeds aanwezige talent (32%). De overige HR-professionals (38%) hebben hierin een goede balans. De uitdaging voor HR-professionals is om de organisatie te profileren als aantrekkelijk werkgever om zodoende talent aan te trekken en te behouden.

Martijn Messemaker, CHRO bij Raet: “Medewerkers hebben dankzij de aantrekkende economie steeds meer keuze uit verschillende vacatures. Zij krijgen meer vertrouwen in de arbeidsmarkt en kijken hierdoor vaker om zich heen. Voor de werkgever hoeft een vertrekkende medewerker niet direct een stressvol moment te zijn. Het biedt ook kansen om de deur open te zetten voor nieuw talent. Belangrijk hierin is om de organisatie te positioneren als een aantrekkelijk werkgever die rekening houdt met de belangen van medewerkers. Zet in op een effectief recruitmentbeleid en zorg ervoor dat zowel reeds aanwezig als nieuw talent voor de organisatie wil werken.”

Bron: www.raet.nl

’Moederschap staat gelijk aan 2,5 fulltime baan’

AMSTERDAM – Fulltime moeder zijn is geen baan waarbij je om vijf uur de deur achter je dicht kunt trekken om eens even lekker tot jezelf te komen. Recent onderzoek bevestigt wat elke moeder al weet; moeder zijn is meer werk dan een fulltime baan.

Dat meldt New York Post naar aanleiding van een enquête onder 2000 moeders met kinderen in de leeftijdscategorie vijf tot twaalf jaar, gehouden door de Amerikaanse levensmiddelenfabrikant Welch’s.

Uit een analyse van het wekelijkse schema van de moeders blijkt dat moeders de dag gemiddeld om 6:23 uur starten. Dat is ruim vóór de meeste mensen hun werkdag beginnen. De dag eindigt voor de meeste moeders pas wanneer ze alle taken hebben volbracht, of het nu gaat om loopbaangerelateerde taken of ouderschapstaken. En dat is vaak pas rond een uur of half negen

Niet veel banen vereisen een werkdag van veertien uur, maar voor de meeste moeders is dit toch echt de dagelijkse realiteit. Alles bij elkaar opgeteld maakt een moeder een werkweek van een maar liefst 98 uur, oftewel ruim tweeënhalf keer zoveel als de gemiddelde baan.

Uit het onderzoek bleek ook dat de gemiddelde moeder per dag maar één uur en zeven minuten tijd voor zichzelf heeft.

Op de vraag wat de moeders op de been houdt, antwoordden ze dat ze ’veel koffie drinken’ en ’een dutje doen’. Andere lifesavers blijken wijn, babysitters of familiehulp, Netflix, natte doekjes, afhaalmaaltijden, iPads, speelgoed en gezonde snacks.

 

Bron: telegraaf

Meer vaste banen, maar flexwerk groeit harder

De groep flexwerkers in Nederland blijft flink doorgroeien. In het laatste kwartaal van vorig jaar telde Nederland ruim 3 miljoen flexwerkers, dat is 2,5 procent meer dan een jaar eerder. Tegelijkertijd groeide ook het aantal vaste werknemers met 2,2 procent tot ruim 5 miljoen. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en TNO.

Van de 112.000 vaste werknemers die er in vergelijking met het vierde kwartaal van vorig jaar bij zijn gekomen is 78 procent hoogopgeleid, volgens het CBS. De helft van deze mensen was tussen de 55 en 65 jaar. In De Telegraaf waarschuwt Sarike Verbiest, onderzoeker en adviseur flexibilisering bij TNO, voor een tweedeling. Volgens haar zitten laagopgeleiden opgesloten in tijdelijke contracten.

Van alle werkenden in Nederland had eind vorig jaar 61 procent een vaste baan, 35 procent was flexwerker. De overige 4 procent zijn zelfstandigen met personeel en meewerkende gezinsleden.

De groei van de flexwerkers zit vooral in mensen met een tijdelijk contract en oproepkrachten: een plus van 63.000. Het gaat dan bijvoorbeeld om jongeren die nog onderwijs volgen.

Ook het aantal flexibele vrouwelijke werknemers nam fors toe. Die stijging was vooral zichtbaar bij de groep tijdelijke contracten zonder vaste uren, korte tijdelijke contracten en tijdelijk werk met uitzicht op vast.

 

Bron: nos

Het plan: 50.000 beschutte banen. De praktijk na drie jaar: 735 plekken

Het wil maar niet lukken om werk te creëren voor de zwakste groep mensen in Nederland. Ondanks de wettelijke verplichting voor gemeenten dit te doen.

Het kabinet Rutte III wil mensen in een kwetsbare positie een betere toekomst geven, schrijft ze in het regeerakkoord. Dat gaat het beste via werk, vindt het kabinet, en dus wil ze dat er niet voor 30.000 maar voor 50.000 mensen zogeheten beschut werk ontstaat. Vooralsnog zijn er in bijna drie jaar tijd slechts 735 banen gerealiseerd.

Dat blijkt uit cijfers van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) die deze week zijn vrijgegeven. Sinds 2015 mogen mensen niet meer instromen op de sociale werkplaatsen. Gemeenten zouden dat jaar 1600 beschutte werkplekken moeten realiseren voor deze groep mensen, en in 2016 was het doel 3200. Maar in de praktijk kwam er niets van terecht. Eind 2016 werden er 115 plekken geteld. De doelen werden aangepast.

Gemeenten kregen meer tijd, en de ambitie voor 2017 werd naar omlaag bijgesteld, naar 2600 plekken. Dat blijkt nog steeds veel te hoog. Eind september waren er dus nog maar 735 mensen aan het werk op een beschutte plek. Dat betekent dat inmiddels duizenden mensen voor wie een reguliere baan echt te hoog gegrepen is, thuis zitten. Ze vallen tussen wal en schip.

100 miljoen

Gemeenten klagen steen en been dat er te weinig geld is om deze mensen met een beperking aan een baan te helpen. Tegelijkertijd maken de gemeenten het geld dat er is, helemaal niet op. Er was voor de jaren 2016-2020 al 100 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor beschut werk. In 2016 was er maar 1 miljoen euro opgevraagd.

Volgens de boekhouding van enkele gemeenten kan het beschut werk nu zelfs al kostenneutraal worden gedaan. Zo kost iemand op een beschutte werkplek 24.000 euro aan loon, berekende de gemeente Emmen onlangs. Er komt dan nog 8.000 euro aan kosten bij voor het bedrijf voor begeleiding en eventuele aanpassing van de werkplek. Dat is samen 32.000 euro.

Participatiewet

De loonkostensubsidie die de gemeente ontvangt voor iemand die nog heel weinig kan maar wel werkt, is 17.000 euro. Vanuit de Participatiewet ontvangen gemeenten gemiddeld ook nog 8500 euro per persoon per jaar. Dan is er nog een premie voor beschut werk van drieduizend euro en levert de werknemer nog ongeveer voor drieduizend euro aan arbeid op. Dat is samen 31.500 euro, bijna net zo veel als de kosten.

De vorige staatssecretaris van sociale zaken, Jetta Klijnsma, begreep niet dat gemeenten niet aan de slag gingen met het helpen van deze mensen. Ze maakte er een wettelijke verplichting van. Die is in 2017 ingegaan. Veel gemeenten kiezen er nu voor om de beschutte werkplekken onder te brengen bij de sociale werkplaats. Terug bij af dus. Maar nu zonder cao, dus zonder pensioen op te bouwen en zonder recht op een reiskostenvergoeding, verlof of scholing.

Loondispensatie

Dit kabinet rept in het regeerakkoord wel over het budget verhogen “voor activering van mensen in een kwetsbare positie”, maar het is onduidelijk hoe of wat. Wat wel bekend is, is dat ze de loonkostensubsidie wil inruilen voor een ander instrument: loondispensatie. Maar dat is eerder een bezuiniging dan een investering.

De vereniging voor sociale werkgelegenheid Cedris, die tot 2015 de branchevereniging van sociale werkplaatsen was, pleit voor meer ruimte voor experimenten, zodat er meer geschikt werk komt voor deze doelgroep. “Omdat de 30.000 anders nooit wordt gehaald”, aldus Cedris. Laat staan 50.000.

Bron:  Trouw